Klik hier om terug te keren naar Homepage

vzw HOUVAST

 

 

Klik hier voor pdf-versie..
Verlies van een partner - Verwerking - Administratieve molen

 

Na het overlijden van je partner heb je heel wat te verwerken. Tegelijk wordt er wel van je verwacht dat je heel wat administratie in de gaten houdt. In enkele van deze stappen krijg je hulp bv. van de begrafenisondernemer en dergelijke.

Dit overzicht kan je helpen om alles op een rijtje te zetten.

 

Aangifte van het overlijden

Een overlijden moet zo snel als mogelijk aangegeven worden bij de dienst Burgerlijke Stand van de gemeente waar de overledene woonde. Vaak wordt dit gedaan door de begrafenisondernemer, in het bijzijn van een familielid. De ambtenaar zal uittreksels uit de overlijdensakte meegeven. Deze zijn nodig om enkele formaliteiten te regelen.

Je neemt mee:

  • Identiteitskaart van de overledene
  • Eventueel rijbewijs van de overledene
  • Trouwboekje
  • Overlijdensattest (krijg je van de dokter)
  • Eventueel aanvraag tot crematie

 

Bank- of postrekeningen

De financiële instelling waar de overledene rekeningen had, dient zo spoedig mogelijk verwittigd te worden: na een overlijden worden immers alle rekeningen op naam van de overledene geblokkeerd om de erfenis te vrijwaren. Ook rekeningen die op beider naam staan of waarop de overledene een volmacht had, worden geblokkeerd.

De financiële instelling kan de rekeningen deblokkeren na overhandiging van

  • een akte van erfopvolging, opgemaakt door de notaris of
  • een attest van erfopvolging, afgeleverd door de ontvanger van het registratiekantoor (=successie-kantoor)

De “verklaring van erfrecht” ondertekend door het gemeentebestuur, bij minieme bedragen, en de “akte van bekendheid” opgemaakt door de vrederechter zijn niet geldig voor de deblokkering.

De langstlevende partner (gehuwd of wettelijk samenwonend) kan tot de helft van het bedrag dat op alle rekeningen staat, tot een plafond van 5.000 euro, als voorschot uitgekeerd krijgen om dringende uitgaven te doen, zonder dat een attest of akte van erfopvolging moet worden voorgelegd.

 

Arbeidssituatie

Indien de overledene werknemer was, dan moet de werkgever verwittigd worden. Deze zal het nodige doen om de loonadministratie te regelen.

Indien de overledene een vervangingsinkomen genoot (uitkering door ziekenkas, werkloosheidsvergoeding, leefloon, …), dan is dit de betreffende instantie die moet verwittigd worden  in plaats van de werkgever. Bij al deze diensten is het aangewezen om, bij de melding, het dossier- of referentienummer te vermelden dat gebruikt wordt bij de uitbetaling van de uitkering

Indien de overledene daarbij aangesloten was, dan dien je eveneens de vakbond te verwittigen.

 

Kinderen

Allereerst is het best de school van de kinderen, en hun leerkracht, op de hoogte te brengen. De school past niet alleen de gegevens in het leerlingendossier aan, maar kan ook bijstaan bij het verwerkingsproces.

Zodra één ouder overlijdt, verandert de situatie van de kinderbijslag: de kinderen geven recht op kinderbijslag voor wezen. Je neemt dus best zo spoedig mogelijk contact op met de uitbetalingsinstelling van het kinderbijslagfonds.

Deze situatie kan verschillen naargelang de aard van tewerkstelling van de overleden ouder: is die loontrekkende, dan wordt de uitbetalingsinstelling verwittigd en die regelt alle formaliteiten.
Was die in overheidsdienst, dan moet er wezenbijslag aangevraagd worden bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers.
De personeelsverantwoordelijke van de werkgever van de overledene zal je  hierbij op weg helpen.

In tegenstelling tot vroeger, wordt er geen familieraad meer samengesteld. De langst levende ouder oefent het volledig ouderlijk gezag uit. Hij kan dus alle daden stellen die beide ouders vroeger gezamenlijk stelden. Dit geldt voor alle ouders die niet uit het ouderlijk gezag werden ontzet. Dus ook voor ouders die gescheiden zijn, ongehuwd, of zelfs ouders die wel ouderlijk gezag hebben, maar hun kinderen bv. nooit hebben gezien.

 

Overlevingspensioen

Wanneer je gehuwd bent en het huwelijk heeft minstens één jaar geduurd dan heb je eventueel recht op een overlevingspensioen.

Ben je minder dan één jaar gehuwd, dan heb je slechts recht op een overlevingspensioen wanneer je een kind ten laste hebt of wanneer uit het huwelijk een kind geboren werd (eventueel zelfs na het overlijden).

Voldoe je niet aan beide bovenstaande voorwaarden, dan heb je recht op een tijdelijk overlevingspensioen gedurende één jaar.

Wanneer je gehuwd was met een werknemer of een zelfstandige, dan is er slechts recht op overlevingspensioen vanaf de leeftijd van 45 jaar, behalve als je een kind ten laste hebt of ten minste 66 % blijvend arbeidsongeschikt bent. Ook hier kan er terug een tijdelijk overlevingspensioen toegekend worden als je niet aan deze voorwaarden voldoet.

Wanneer je gescheiden bent van een overleden ambtenaar dan heb je recht op een overlevingspensioen indien je niet hertrouwd bent.

Bij het overlijden dien je best een aanvraag in bij het gemeentebestuur van uw woonplaats (wanneer uw overleden echtgenoot werknemer of zelfstandige was) of bij de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) bij overlijden van een ambtenaar.

 

Ziekteverzekering

Je moet je melden bij je ziekenkas, om je in te laten schrijven als weduwe/weduwnaar.

 

Leningen, kredieten, schulden

Indien er een gezamenlijke lening was, wordt de overblijvende echtgenoot de enige schuldenaar. Hij/zij moet dus de lening verder afbetalen. Leningen, kredieten of schulden van de overleden echtgeno(o)t(e) worden eveneens door de andere echtgeno(o)t(e) afbetaald, tenzij er een huwelijkscontract was dat die zaken regelt.

Het is dan ook van belang na te gaan of er een levensverzekering of schuldsaldoverzekering bestaat. Neem hiervoor zo spoedig mogelijk contact op met de betreffende verzekeringsmaatschappij.

Wanneer je niet gehuwd was, worden de schulden in de erfenis opgenomen. Wie erfgenaam is, erft dan ook eventuele schulden. Wanneer er geen erfgenamen zijn, of deze de erfenis afwijzen (gebeurt soms wanneer de erfenis meer schulden bedraagt dan er fondsen te erven zijn), dan kan men beslag leggen op de eigendommen van de overledene. In deze situatie is het belangrijk dat je kan aantonen welke goederen effectief aan de overblijvende partner toebehoren. Dit kan door facturen op naam, door foto’s die aantonen dat een bepaald meubel reeds lang in familiebezit was,… Bij gescheiden ouders, gaat de schuld van de overleden ouder over op de erfgenamen, in casu dus de kinderen. Vermits de kinderen na overlijden onder het volledig ouderlijk gezag van de overblijvende ouder vallen, staat deze in de praktijk verder in voor het betalen van deze schulden.
Het aanvaarden of het verwerpen van een erfenis in naam van je minderjarige kinderen kan je enkel doen na toestemming van de vrederechter. Hiervoor kan je je laten informeren in het justitiehuis of bij de notaris.
Ouders die op het ogenblik van het overlijden nog niet volledig gescheiden zijn (feitelijke scheiding, echtscheiding die nog niet in het bevolkingsregister is ingeschreven) worden tegenover derden (schuldeisers) beschouwd als nog gehuwd en dragen dus de lasten van eventuele schulden.

 

Erfenis

Indien er geen kinderen of kleinkinderen zijn (directe erfgenamen), erft de overblijvende partner de eigendommen van de overledene. Indien er wel kinderen of kleinkinderen zijn, wordt de erfenis geregeld volgens het erfrecht. Info hierover kan je vinden op www.notaris.be

Wanneer een ongehuwd samenwonende wil erven, moet dit wel wettelijk geregeld te zijn. Dit kan worden geregeld bij testament of door facturen van gezamenlijke aankopen of koopakte van onroerend goed.

Ongehuwd samenwonenden genieten in het Vlaams Gewest en het Brussels hoofdstedelijk Gewest van dezelfde tarieven betreffende de successierechten als gehuwden. Onder samenwonenden verstaat men ofwel wettelijk samenwonenden (samenlevingscontract) of personen die op het moment van het overlijden ten minste één jaar ononderbroken samenwoonden met de erflater.

Om te weten of er een testament bestaat, kan je je richten tot de notaris, of het Kantoor van Registratie en Domeinen. Wil je de inhoud van het testament kennen, dan moet je contact opnemen met de notaris bij wie het testament in bewaring werd gegeven.

 

Aangifte van de nalatenschap

Na een overlijden moet er een inventaris worden opgemaakt van de eigendommen van de overledene, zowel activa (roerende en onroerende goederen) als passiva (schulden). Dit heet de “aangifte van nalatenschap”.

De aangifte van de nalatenschap, waarop de overheid successierechten heft, moet worden aangegeven bij het Kantoor der Registratie en Domeinen binnen de vier maanden na het overlijden. je wendt je hiervoor tot het kantoor van de laatste woonplaats van de overledene. Hiervoor gebruik je een formulier dat je op elk kantoor van deze administratieve dienst kan krijgen.

 

Inschrijving van een voertuig

Indien de overledene een voertuig had (op eigen naam ingeschreven), dan moet de nummerplaat teruggegeven worden binnen de twee maanden na overlijden (bij de Dienst Inschrijving van Voertuigen). Je kan het voertuig ook overnemen (rekening houdend met erfenisrecht). In dat geval laat je het voertuig op jouw naam inschrijven en verzekeren. Dit gebeurt bij de verzekering, die een attest van overname zal overmaken aan de dienst inschrijving van voertuigen.

 

Wie dien je nog in te lichten van het overlijden?

Telefoonmaatschappij
Gas-, water- en elektriciteitsmaatschappij
Kabeldistributie
Verzekeringen

Dit vooral om enkele praktische regelingen te treffen in verband met facturering, vermelding in telefoongids enz.

 

 

 

vzw HOUVAST   311/1

april 2014

 

Wens je meer te weten over dit onderwerp, of wil je hierover je eigen ervaringen delen met andere bezoekers, dan kan je dit steeds doen op het FORUM. In ons forum voeren bezoekers van onze site gesprekken waarin ze hun eigen ervaringen delen met elkaar, steun geven aan elkaar of nuttige tips uitwisselen. De sterkte van vzw HOUVAST ligt hierin dat men op een snelle wijze veel kan leren van de ervaringen van anderen.


snelmenu

Snelmenu naar andere artikels:

 

Laatst aangepast op 18-05-2014 Aangepast

2003-2014 - vzw Houvast